De Ethische Commissie

Delen op

De Ethische Code van de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse

De Ethische Code omvat de ethische beginselen en de daarmee verband houdende ethische regels, beschouwd vanuit een psychoanalytisch gezichtspunt.

Elk lid van de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse (BVP) is onderworpen aan de deontologische regels eigen aan zijn/haar professionele orde (arts, psycholoog). Deze regels zijn ondergeschikt aan het Belgische recht.

Elk lid en elke kandidaat in opleiding bij de BVP moet zich houden aan de deontologische codes van de Internationale Psychoanalytische Vereniging (IPA) en van de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse (BVP) met betrekking tot de psychoanalytische praktijk.

De grondslagen van de ethiek van de psychoanalyticus zijn gebaseerd op de analytische methode, de vertrouwelijkheid en de eerbiediging van de rechten van de mens. De psychoanalyticus is verantwoordelijk voor de praktijk van de psychoanalyse en de wijze waarop deze wordt toegepast.

 

Algemene beginselen:

1 Beroepsgeheim en vertrouwelijkheid

Alle psychoanalytici zijn gebonden aan het beroepsgeheim. De psychoanalyticus moet de vertrouwelijkheid bewaren van alle informatie die hij in het kader van de behandeling of anderszins over de relatie met de patiënt heeft vernomen. Informatie die verkregen wordt tijdens de psychoanalytische behandeling mag niet worden gebruikt voor doeleinden buiten de behandeling.

– Indien elektronische middelen worden ingezet, zal de psychoanalyticus ervoor zorgen dat de instrumenten die worden gebruikt om computergegevens op te slaan, veilig zijn en in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

– In mededelingen en publicaties mag het wetenschappelijk belang niet prevaleren boven dat van de patiënt; de psychoanalyticus zal elk risico van herkenning vermijden, ook door de patiënt.

– In het kader van de psychoanalytische behandeling van kinderen, adolescenten of kwetsbare personen zal de informatie aan de ouders, de beroepsbeoefenaren in de gezondheidssector, vertrouwenspersonen en bewindvoerders, alleen die elementen bevatten die de psychoanalyticus overeenkomstig de geldende wetgeving verplicht is door te geven.

In geval van twijfel of bij dreigend levensgevaar of in geval van misbruik moeten passende maatregelen worden genomen, overeenkomstig de in België geldende wettelijke voorschriften.

Het beroepsgeheim moet worden gehandhaafd na de dood van de patiënt en die van de psychoanalyticus. De psychoanalyticus zal alle nodige maatregelen treffen om het beroepsgeheim ook na zijn dood te waarborgen.

Het administratief personeel dient zich eveneens te houden aan de plicht tot terughoudendheid en discretie.

2 Professionele integriteit

De psychoanalyticus handelt in alle omstandigheden in het belang van zijn patiënt.  Hij of zij moet integer zijn, zowel tegenover patiënten als tegenover collega’s.  De psychoanalyticus onderhoudt en perfectioneert zijn kennis door voortgezette opleiding. Hij onderhoudt contacten met zijn collegae psychoanalytici. Zo wordt de kwaliteit van het niveau van beroepsuitoefening evenals de kennis van de recente belangrijke professionele en wetenschappelijke ontwikkelingen op peil gehouden.

Hij moet beoordelen of zijn leeftijd en gezondheidstoestand hem in staat stellen op redelijke wijze psychoanalytisch werk te verrichten.

Aan het einde van zijn loopbaan of in geval van ziekte, verbindt de psychoanalyticus zich ertoe de nodige maatregelen te nemen om de continuïteit van de psychoanalytische behandeling aan zijn patiënten te verzekeren. Hij voorziet tevens, met inachtneming van de vertrouwelijkheid, dat de patiënt in kennis wordt gesteld van een langdurige onderbreking van de behandeling of van zijn overlijden.

3 Het kader van de psychoanalytische behandeling

De psychoanalytische behandeling van een patiënt door een psychoanalyticus is een vrijwillige en wederkerige verbintenis. De psychoanalyticus waakt over een zo optimaal mogelijk gebruik van de overdrachtssituatie en de interpretatie ervan, in overeenstemming met de psychoanalytische leer.

De psychoanalyticus zal de patiënt informeren over de specifieke voorwaarden en modaliteiten van het analytisch werk, alvorens de behandeling aan te vatten. De frequentie en de duur van de sessies, het bedrag van de honoraria en de modaliteiten van de betaling ervan zullen worden gespecificeerd. De patiënt dient hierbij zijn toestemming te geven. Eventuele wijzigingen van het kader en het contract zullen van tevoren worden aangekondigd.

Er mag geen andere financiële transactie bestaan tussen de psychoanalyticus en zijn patiënt.

De beslissing om een analyse te beëindigen moet bij voorkeur in onderling overleg met de patiënt gebeuren. De psychoanalyticus mag zich niet verzetten tegen de beslissing van zijn patiënt om het psychoanalytisch werk te beëindigen.

De beginselen zijn dezelfde wanneer het gaat om een minderjarige en zijn omgeving. De beslissing om een minderjarige of een kwetsbare patiënt in een zwakke toestand te behandelen, kan worden genomen door de ouder of de wettelijke voogd, met inschakeling van de betrokkene indien de situatie dit toelaat. De psychoanalyticus verbindt zich ertoe dezelfde principes toe te passen als bij een volwassen patiënt.

4. De abstinentieregel en het principe van de welwillende neutraliteit

De specifieke overdrachts- en tegenoverdrachtsrelatie in de psychoanalyse dwingt tot een absolute eerbiediging van de abstinentieregel en de welwillende neutraliteit.

De psychoanalyticus is verplicht een strikte fysieke, verbale en sociale reserve in acht te nemen die bijdraagt tot de goede voortgang van het werk. Hij onthoudt zich van seksuele of agressieve handelingen ten aanzien van zijn patiënt.

Zelfs als de patiënt zijn toestemming zou geven, is de schending van de ethiek in geen geval toegestaan.

Elke persoon die een vraag heeft met betrekking tot de psychoanalytische ethiek of deontologie van een lid van de Belgische Vereniging (BVP) kan een onderhoud aanvragen met de Ethische Commissie van de BVP. In geval van een klacht kan hij zich wenden tot de voorzitter van de BVP.

Werking van de Ethische Commissie

De Ethische Commissie van de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse is de instantie die verantwoordelijk is voor vragen met betrekking tot de psychoanalytische ethiek van haar leden.

Deze commissie bestaat uit vier leden, die gebonden zijn door strikte vertrouwelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van eenieder die om een onderhoud met hen verzoekt.

De Ethische Commissie heeft drie functies: raadpleging, bemiddeling en onderricht.

  • Raadpleging:  De Ethische Commissie is toegankelijk en beschikbaar voor iedereen die een kwestie van psychoanalytische ethiek of deontologie in verband met de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse of een van haar leden wenst te bespreken.  Het is raadzaam een brief te schrijven aan de voorzitter van de Ethische Commissie, waarin kort wordt aangegeven wat het onderwerp van het verzoek is. Als de Ethische Commissie van oordeel is dat de zaak onder haar bevoegdheid valt, zal de voorzitter een ontmoeting en/of een vergadering voorstellen.
  • Bemiddeling:
    De Ethische Commissie is toegankelijk voor iedereen die een probleem van psychoanalytische ethiek of deontologie in verband met de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse of een van haar leden wenst te bespreken.
    Het verzoek moet schriftelijk worden geformuleerd en per brief worden gericht aan de voorzitter van de Commissie Ethiek.
    De Ethische Commissie ontvangt eerst de indiener om de situatie te beoordelen.
    Zij kan de indiener van het verzoekschrift toestemming vragen om de inhoud van het verzoekschrift aan de betrokken persoon en/of de betrokken instantie mede te delen.
    Indien na kennisname van het probleem blijkt dat een verzoening mogelijk is, ontvangt de Ethische Commissie de twee betrokken partijen, samen of afzonderlijk, om hen te horen.
  • Instructie:
    Indien een klacht die bij de Ethische Commissie is ingediend, ontvankelijk en gegrond wordt bevonden, wordt de klager verzocht de voorzitter van de BVP schriftelijk in kennis te stellen van zijn klacht. De voorzitter draagt de Ethische Commissie op de zaak verder te onderzoeken teneinde een gedetailleerd advies over de ernst van het eventuele wangedrag uit te kunnen brengen.

De Commissie Ethiek heeft slechts een onderzoeksfunctie, zij beslist in geen geval over de te nemen maatregelen; deze vallen onder de verantwoordelijkheid van het Bestuur (zie het reglement van inwendige orde) en van de Voorzitter van de BVP.

Samenstelling van de Ethische Commissie

Voorzitster

Mevrouw Marie-France Dispaux-Ducloux

Avenue de Montalembert, 14

1330 Rixensart

02 653 34 94

 

Andere leden van de Ethische Commissie

Meneer Christophe du BLED

Mevrouw Dr. Catherine KEYEUX

Mevrouw Monique LICOT