Wat is psychoanalyse?

Psychoanalyse

Delen op

Psychoanalyse verwijst naar een bepaalde behandelvorm van psychisch lijden en verloopt volgens een methode die de betekenis van onbewust gebleven conflicten aan het licht wil brengen. Daarnaast is de psychoanalyse een geheel van met elkaar samenhangende theorieën die alle gebaseerd zijn op het onbewuste innerlijke leven.

Sigmund Freud, Oostenrijks zenuwarts , ontwikkelde vanaf 1895 -1900 een specifieke werkwijze, de vrije associatie genaamd, die de psychisch lijdende patiënt in staat stelt van toegang te krijgen tot een nog onbekende binnenwereld. Hij ontdekte immers dat psychische en/of psychosomatische symptomen vaak de uitdrukking zijn van verdrongen en onbewust geworden conflicten die teruggaan tot onze vroegste belevingen als kind en te maken hebben met de spanning tussen verlangen en verbod. Omdat de conflicten nog onopgelost en dus actief bleven, laten ze zich later voelen onder de vorm van irrationeel gedrag, hinderlijke gevoelens en gedachten, lichamelijke verschijnselen, allen gedreven door onbewuste impulsen, die zowel van seksuele als van agressieve aard kunnen zijn. In de loop van de persoonlijke ontwikkeling leerden we ons hiertegen verdedigen, zo goed en zo kwaad mogelijk. Het is precies dit samenspel van impuls en verdediging wat een conflict veroorzaakte, later het psychische lijden  vorm gaf maar ons ook maakte tot de persoon die we zijn geworden.

Hoewel de onbewuste, innerlijke wereld soms veraf lijkt te staan van ons dagelijks doen en laten, zijn er toch verschillende poorten die een toegang bieden: dromen, verbeelding, versprekingen, vergissingen…Ook de kunst in al haar expressievormen brengt dichterbij het verborgene van de ziel.

In meer dan 100 jaar sedert haar ontdekking (zie geschiedenis), heeft de psychoanalyse zich sterk uitgebreid en is haar gedachtengoed vandaag niet meer weg te denken uit het veld van de geestelijke gezondheidszorg en de maatschappij in het algemeen. Haar toepassingsveld werd ook verruimd tot  het gebied van psychose en persoonlijkheidsstoornissen, het analytisch behandelen van (jonge) kinderen en adolescenten werd mogelijk en andere technieken dan de klassieke analytische kuur op de divan (zie psychoanalytische praktijkvormen) werden ontwikkeld. Deze evolutie ging hand in hand met een belangrijke theoretische verdieping en vertakking, waardoor we vandaag kunnen putten uit het werk van verschillende auteurs, die de basis van de psychoanalyse, zoals ontwikkeld door Sigmund Freud, verbreed hebben.

Toch blijft elke psychoanalytische therapievorm gestoeld op het werk van Freud: het vrijmaken van onbewuste effecten op het gevoelsleven, het belang van een kader waarbinnen zich een therapeutisch proces kan ontwikkelen en de relatie tussen patiënt en psychoanalyticus zijn hierbij essentieel.  Door de overdrachtvan liefde, haat en afhankelijkheid op de persoon van de analyticus wordt herbeleving van conflicten uit het verleden mogelijk en kan de patiënt stilaan oude patronen structureel gaan veranderen.

Het is de opleiding tot psychoanalyticus die de psychotherapeut voorbereidt om deze overdracht en de eigen tegenoverdracht tegenoverdracht te hanteren en nadrukkelijk het belang van het kader te hanteren.

De psychoanalytische behandeling beoogt immers verder te reiken dan het verlichten van de symptomen en baseert zich vooral op de ervaring van de persoon zélf van psychisch te lijden en innerlijk belemmerd te zijn in zijn/haar ontwikkeling. Een psychoanalyse voorschrijven als een medische behandeling heeft dus geen zin ; alleen de ontmoeting tussen analyticus en patiënt laat toe de haalbaarheid van een psychoanalytische behandeling in te schatten evenals welke vorm het meest beantwoordt aan de behoefte van de patiënt.