Le narcissisme et l’expérience de l’être

Alsteens, André

01/10/1991

Articles papier

Résumé

Jubilation devant l’être ou jubilation d’être : cet émerveillement, en contraste avec la dérive pathologique du narcissisme, témoigne de l’accès du sujet à l’existence, à l’identité, à l’être. Même si elle est trop peu fréquemment mise en évidence, cette question de l’existence de soi et de l’autre et du bonheur qu’elle implique se profile sans cesse à l’horizon de la cure analytique.

Samenvatting

Van vreugde stralen voor het feit van « te zijn » of jubelen omdat men « is », geeft een verukkingsgevoel dat contrasteert met het pathologisch op drift geraken van het narcisme. Het is tevens een teken dat het subject doorstoot tot het « bestaan », tot het « bezit van zijn identiteit » en tot « het zijn ».

Dit « bestaan » van zich zelf en de ander en het geluksgevoel dat dit met zich meebrengt zijn één van de onderwerpen die zich voortdurend aan de horizon van de psychoanalytische behandeling gaan aftekenen.

Summary

Joy before being or the joy of being : this sense of the marvellous contrasting with the pathological deviation of narcissism bears witness to the subject’s acceding to existence, to identity, to being. Even though it is emphasised too infrequently, this question of the existence of the Self and the other and of the happiness which this implies, consistently presents itself upon the psychoanalytic horizon.