Cartographier la recherche

Van Lysebeth, Willy

2000-04-01

Articles papier

Résumé

La métapsychologie revendique un statut épistémologique propre. A l’image de l’expérience esthétique, la réalité psychique, appréhendée par un processus analytique, est irréductible à des corrélats quantifiables (biochimiques, neurologiques, comportementaux). Soutenir que la situation actuelle de la psychanalyse dans la société (ses conditions d’exercice, sa position vis-à-vis des sciences expérimentales, des pouvoirs publics et autres instances de sécurité sociale, etc.) lui impose de nouvelles exigences d’évaluation, occulte l’une des tensions heuristiques coextensives à son histoire. C.G. Jung fut le premier, bien avant 1907, à étudier expérimentalement la métapsychologie.

Les multiples applications de la psychanalyse, la clinique pluridisciplinaire, les recherches comparatives et interdisciplinaires, ouvrent de vastes perspectives. Méconnaissant les différences identitaires, le syncrétisme est sans avenir (à l’exemple de la narcoanalyse). Quel statut donner à la neuropsychanalyse ?

Une typologie des attitudes épistémologiques des analystes – non dépourvues d’ambiguïté – reste à faire.

Samenvatting

De metapsychologie vordert een eigen epistemologisch statuut. Net zoals de esthetische ervaring, kan de psychische werkelijkheid, uitgedrukt door het analytische proces, niet gereduceerd worden tot zijn kwantifiëerbare correlaten (biochemisch, neurologisch, gedragsmatig). Volhouden dat de actuele situatie van de psycho-analyse in de maatschappij (de praktijkvoorwaarden, de positie ten opzichte van de exacte wetenschappen, publieke macht en instanties van sociale zekerheid, enz…) nieuwe eisen van evaluatie stelt, verduistert één van de empirische dimensies van zijn geschiedenis. Jung was de eerste, reeds voor 1907, om de metapsychologie te bestuderen op experimentele basis.

De verschillende toepassingen van de psycho-analyse, de pluri-disciplinaire kliniek en de vergelijkende en interdisciplinaire onderzoeken openen ruime perspectieven. Ontkennen dat er identitaire verschillen zijn, maakt het syncretisme zonder toekomst (zoals gebeurde met narco-analyse). Welk statuut te geven aan de neuropsycho-analyse ?

Het blijft noodzakelijk een typologie van de epistemologische attitudes van analysten – niet zonder enige ambiguïteit-te definiëren.

Summary

Metapsychology pretends to a specific epistemological status. Such as the esthetic experiences, psychic reality is not reducible to quantitative (biochemical, neurological, behavioral) correlates. Asserting that the present situation of psycho-analysis in society (vis-à-vis its practice, the experimental sciences, official authorities, social security, etc.) imposes on it new exigencies of evaluation, obliterates an heuristic dimension of its history. Long before 1907, C.G. Jung was the first analyst to study metapsychology experimentally.

Diverse applications of psychoanalysis, clinical pluridisciplinary, comparative and interdisciplinary researches open large perspectives. Denying essential differences, syncretism has no future (remember narco-analysis). What’s the status of neuro-psychoanalysis ?

A typology of the analyst’s « epistemological attitudes » is still to be defined.


This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.